Geacht kamerlid,
Hierbij reageren we, namens de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO), op de brief “Vrijstelling van de leerplicht en thuisonderwijs” van de minister d.d. 7 december 2011 en vragen we deze te betrekken bij uw voorbereiding op het debat op 15 december a.s.
Wij zijn voor het regelen van het recht op onderwijs in de Leerplichtwet, gezien het feit dat dit voor thuisonderwijzers vanzelfsprekend is en dit al volgt uit artikel 247 BW 1 (proefschrift Sperling). Een verklaring van de ouders/verzorgers dat zij in vervangend onderwijs voorzien is hiertoe een goed middel (voorwaarde 1).
Wij hebben begrip voor de behoefte van de overheid om in een lichte variant het toezicht op het voorzien in vervangend onderwijs (thuisonderwijs) te regelen, hoewel daar in de praktijk geen noemenswaardige aanleiding voor bestaat (onderzoek H. Blok).
Wij zijn van mening dat het (toezicht op het) recht op onderwijs beter, doelmatiger en meer toepasbaar vormgegeven kan worden dan de minister voorstelt.
De minister probeert met een opsomming van voorwaarden de kwaliteit van het onderwijsaanbod en degene die het onderwijs geeft te regelen. Deze aanpak sluit niet aan bij de veelvormige praktijk van thuisonderwijs en leidt mede daardoor niet tot het gewenste doel, maar slechts tot bureaucratisering en juridisering.
De voorwaarden die de minister voorstelt, zijn een optelsom van vele toezichtmiddelen die leiden tot meer regels en die de kwaliteit van het thuisonderwijs niet op het oog hebben. Deze voorwaarden bij elkaar vormen geen “lichte variant van toezicht”.
De minister gaat er vanuit dat de ouders zelf volledig het thuisonderwijs organiseren én geven. In de praktijk komt deze variant voor naast andere varianten, zoals ouders die gebruik maken van een vorm van afstandsonderwijs (o.a. LOI, Wereldschool, Open Universiteit) of andere vormen met begeleiding van derden, zoals het inhuren van docenten op leeronderdelen. Daarnaast zijn er expat-gezinnen die onderwijs geven in de Engelse taal vanwege hun oriëntatie op en vertrek naar het buitenland.
Voorwaarde 3 is hierdoor niet toepasbaar in de praktijk.
De voorwaarden voorgestaan door de minister zijn regelgestuurd in plaats van risicogericht. De Onderwijsinspectie houdt toezicht op de kwaliteit van onderwijs bij scholen met een risicogerichte aanpak. Een risicogerichte benadering doet meer recht aan de consciëntieuze wijze waarop ouders het onderwijs vormgeven (uitspraak van de minister op basis van Blok) en maakt dan geen onderscheid in benadering tussen scholen en thuisonderwijs.
Het voorstel van de minister ontbeert een doordacht toetsingskader.
Een doordacht toetsingskader maakt onderscheid tussen het borgen van de kwaliteit van het (thuis)onderwijs en het handhaven van de Leerplichtwet.
Tevens maakt het onderscheid tussen de eerste kennisgeving (aanvraag) om vrijstelling en jaarlijkse vervolgkennisgevingen.
Het borgen van de kwaliteit van het onderwijs dient door de Onderwijsinspectie of een door de inspectie ingesteld instituut (zoals het Kohnstamminstituut of een ander onafhankelijk instituut, eventueel door de NVvTO geëntameerd) plaats te vinden.
Zulk een instelling bouwt kennis en deskundigheid op en realiseert daarmee een goede basis van vertrouwen van zowel ouders als overheid.
Zowel het Vlaamse model als het model van Sperling staan toezicht door de Onderwijsinspectie voor. Wij sluiten ons daarbij aan.
De leerplichtambtenaar krijgt in het voorstel van de minister de taak al deze rollen te vervullen, terwijl deze keuze niet beargumenteerd is en deze taak niet tot zijn deskundigheid en ervaring behoort. De leerplichtambtenaar is immers niet deskundig op het terrein van de kwaliteit van onderwijs. Dat is het terrein van de Onderwijsinspectie. Gezien het beperkte aantal van 328 leerlingen in ons land krijgt de leerplichtambtenaar slechts incidenteel met een thuisonderwijssituatie te maken in zijn gemeente. Hierdoor kan deze ambtenaar geen ervaring en deskundigheid opbouwen. Dit leidt slechts tot (het in standhouden van) verwarring en willekeur.
Uitbreiding van toezicht past bij een verruiming van vrijstelling, zoals in het Vlaamse model en het model van Sperling geregeld is (het richtingbezwaar als criterium vervalt).
Een verruiming van richtingbezwaar is ook mogelijk door het opnemen van pedagogische richtingen als vrijstellingsgrond. En voorts door het toevoegen van een regeling voor ouders van kinderen met een leerplichtige leeftijd, die richtingbezwaren hebben gekregen terwijl hun kind op school onderwijs heeft genoten. Dit laatste lost een maatschappelijk probleem op. Nu vinden belastende rechtszaken plaats voor kind, ouders en samenleving omdat de wet geen normale procedure bevat.
Wij vinden het niet opportuun om twee keer de Leerplichtwet aan te passen. Dit gelet op het feit dat de Onderwijsraad met een advies komt over artikel 23 Gw, “vrijheid van onderwijs”, dat naar verwachting een uitbreiding op pedagogische gronden bevat.
De Onderwijsraad geeft antwoord op de door haar gestelde onderzoeksvraag “In welke mate kan het begrip levensbeschouwelijke en pedagogische “richting” een rol spelen bij zaken zoals scholenplanning, maar ook bij voorbeeld vrijstelling van de Leerplichtwet?”
Samenvattend zijn wij voorstander van voorwaarde 1 en 4 mits deze laatste door (of onder verantwoordelijkheid van) de Onderwijsinspectie uitgevoerd wordt.
Bij voorwaarde 6 merken wij op dat de leerplichtambtenaar absoluut geen voortganggesprek met ouders kan houden, gezien het ontbreken van deskundigheid op onderwijsgebied.
Het verplicht stellen van de aanwezigheid van het kind bij een dergelijk gesprek dient geen doel en gaat veel verder dan op scholen en in justitiële settingen gebruikelijk is.
De minister gaat uit van de stelling dat school de beste manier is om sociale vaardigheden te ontwikkelen. Deze vooronderstelling is noch beargumenteerd noch wetenschappelijk onderbouwd. In de bijlage vindt u een wetenschappelijke bijdrage over onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen en burgerschap bij thuisonderwijs.
Tot slot verzoeken wij u een rol voor de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs, naast de vereniging van leerplichtambtenaren en de gemeenten voor overleg over invulling van een nieuwe aanpak, onder de aandacht van de minister te brengen.
Hartelijk bedankt voor uw inspanningen!
Tot nadere toelichting bereid,
Met vriendelijke groet,
Wageningen / Lelystad, 10 december 2011
Tonnie Nijenhuis (dhr. A.T.)
Voorzitter NVvTO
Peter van Zuidam (drs. dhr. P.J.)
Secretaris NVvTO
Bijlage: Thuisonderwijs en burgerschap
