Ik ben 25 jaar en werk sinds twee jaar als advocate bij een groot Amerikaans advocatenkantoor in Brussel. Daarvoor heb ik rechten gestudeerd in Leuven en in Chicago (VS). Ik ben summa cum laude afgestudeerd. Afgezien van een paar maanden op de middelbare school, ben ik nooit naar school geweest. Ik ben weliswaar Belgische, maar ik ben met mijn oudere broer en twee jongere zussen in Brazilie opgegroeid. De reden waarom ik thuisonderwijs heb gekregen, is omdat mijn ouders de openbare scholen in Brazilie niet erg goed vonden en privéscholen te duur.
Mijn ouders werkten allebei en gaven ons daarom ’s-morgens les. Wij moesten daarom om 6 uur uit bed komen om van 7 tot 10 uur van hen onderwijs te krijgen. Mijn ouders hadden het lesgeven onderling verdeeld. Mijn moeder gaf wiskunde en mijn vader taal, literatuur en filosofie. We hadden overdag een oppas, die wetenschappen en aardrijkskunde had gestudeerd en ons daar les in gaf. Onze ouders gaven ons huiswerk voor overdag, dat we dan de volgende ochtend bespraken.
Vriendjes maken was geen probleem, want in Brazilie leeft iedereen op straat en we hadden veel vriendjes in de buurt. Ook speelde ik veel met mijn zusjes, en vooral mijn één jaar oudere broer.
Toen ik dertien jaar was en mijn broer veertien, besloten mijn ouders dat we maar eens school moesten proberen. Achteraf gezien, denk ik dat die beslissing voornamelijk was ingegeven door het feit dat we nogal aan het puberen waren. We hebben het er ongeveer drie maanden uitgehouden. We leerden daar niet veel, omdat we door het onderwijs thuis voorop lagen en we verveelden ons dan ook. Omdat we veel vriendjes in de buurt hadden, was socialisatie evenmin een reden om naar school te gaan.
Het grote voordeel van thuisonderwijs vind ik dat ik mijn leergierigheid behouden heb. Ik ervaar dat ik leergieriger ben dan mijn leeftijdgenoten. Hetzelfde geldt voor mijn broer. We zijn allebei gaan studeren aan de universiteit omdat we dat zelf wilden. Niet omdat dat moest of verwacht werd. We waren veel gemotiveerder dan de andere studenten. Op mijn 17e zijn we naar Belgie verhuisd. Hoewel mijn ouders geprobeerd hebben mijn toen tien-jarige zusje thuisonderwijs te blijven geven, zijn ze daar na een tijdje mee gestopt, omdat ze zich eenzaam voelde. Het was in Belgie veel moeilijker om vriendjes te maken buiten school dan in Brazilie. Zij is toen maar naar school gegaan. Mijn ouders vonden het met name erg jammer dat leren op school erg prestatiegericht is en niet op het plezier. Mijn zus kreeg bijna een afkeer van leren, mede omdat dat op school en door de mede-leerlingen niet erg aangemoedigd werd. Ik merk aan mijn zusje dat ze niet zo leergierig is als mijn broer en ik. Ze is minder gemotiveerd en heeft moeite haar richting vinden, nu ze zelfstandig moet studeren aan de universiteit. Mijn broer en ik daarentegen wilden zoveel mogelijk uit onze studies gehaald hebben, gewoon omdat we daarin geinteresseerd waren.
Ik denk dat de leergierigheid die ik nu heb te danken is aan de manier waarop ik les heb gehad en de manier waarop mijn ouders het aangepakt hebben. Hoewel we heel gedisciplineerd school hebben gehad, hebben mijn ouders er steeds over gewaakt dat “school” geen klus zou worden. Ze moedigden ons aan om zoveel mogelijk verschillende interesses te hebben, maar als het duidelijk was dat er geen interesse was van mijn kant in bepaalde materies of onderwerpen, dan verplichten zij me nooit om iets te leren. Zo heb ik altijd een hekel gehad aan chemie en hoewel mijn ouders het belang ervan hebben benadrukt, hebben zij mij nooit opgelegd chemie te studeren. (met als gevolg dat ik nu uiteraard bitter weinig weet over chemie, maar ja, dat neem ik er dan maar bij). Door deze houding, heb ik nooit het gevoel gehad dat ik iets moest studeren en was studeren voor mij steeds het ontdekken van iets dat ik zelf wilde ontdekken/kunnen.
Mijn broer en ik schelen maar een jaar en wij trokken erg veel met elkaar op. Dat had ook tot gevolg dat ik soms bijna les kreeg van mijn broer en hij mij motiveerde om vele dingen te “ontdekken”. Hij had heel andere interesses dan ik en ik wilde uiteraard niet onderdoen voor hem. Ik probeerde dan ook hetgeen hij leuk vond en studeerde te doen. En bij hem was het vice-versa.
Dat brengt me op een ander voordeel van thuisonderwijs. Ik vind dat ik een veel sterkere band heb met mijn familie dan mijn leeftijdgenoten. Deze band wordt heel diep als je je kennis van je ouders krijgt. Mijn ouders hebben ook een goed huwelijk, omdat het lesgeven hen een sterkere band gaf.
Een voordeel van thuisonderwijs vind ik ook dat ik een hele fijne kindertijd heb gehad. Thuisonderwijs is erg efficient en we hadden daarom heel veel tijd om te spelen. We hebben veel spelletjes verzonnen. Ik heb het gevoel dat ik lang kind ben geweest.
Ik hoop mijn kinderen later ook thuisonderwijs te geven. Dat zal natuurlijk van veel factoren afhangen. Ik denk wel dat ik mijn werk zou missen, maar mijn ouders hebben ook thuisonderwijs gegeven, terwijl zij werkten. Ik denk echter dat het een betere manier van leren is voor kinderen.
Telefonisch interview op 20 september 2004 door Joke Sperling
