Vrijstelling op basis van richtingbedenkingen

Inleiding en toelichting op voorbeeldbrief

Nederland heeft een schoolplicht. Deze is verwoord in Artikel 2 lid 1 van de Leerplichtwet:

"Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zijn verplicht overeenkomstig de bepaling van deze wet te zorgen dat de jongere als leerling van een school is ingeschreven en deze na inschrijving geregeld bezoekt."

Op deze schoolplicht bestaan een paar uitzonderingen. De brief is een voorbeeld voor een eerste kennisgeving voor een beroep op art. 5 onder b van de Leerplichtwet. Dit artikel luidt:

"De in artikel 2, eerste lid bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting om te zorgen dat een jongere als leerling van een school onderscheidenlijk een instelling is ingeschreven, zolang […]

b. zij tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning […] gelegen scholen onderscheidenlijk instellingen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, overwegende bedenkingen hebben;"

Onder "richting" wordt in de praktijk vooralsnog verstaan: een godsdienst of levensovertuiging waarmee in principe een school zou kunnen worden gedreven binnen de Nederlandse onderwijswetgeving. [noot 1] Essentieel is dat de ouder kan stellen dat geen enkele redelijk bereikbare school de eigen levensovertuiging van de ouder actief in het onderwijs uitdraagt.

Bedenkingen om andere redenen worden NIET erkend als grond voor vrijstelling. Bedenkingen die alleen bestaan uit de wens om het kind thuisonderwijs te geven of om het kind de vrijheid te geven om zelf te bepalen wat, waar en wanneer het leert, worden NIET gezien als gericht tegen de richting van het onderwijs.

Maar zulke bedenkingen maken schoolvrijstelling niet onhaalbaar. Iemand die gemotiveerd genoeg is om de extra moeite van thuisonderwijs op zich te nemen, kan heel wel een sterke onderliggende levensovertuiging hebben, het is zaak om daar met zelfonderzoek achter te komen. Er is dan sprake van een kloof in levens- en mensvisie tussen thuis en school. Gewetensonderzoek is nodig om inzicht op te bouwen in de eigen levensvisie die tot die kloof aanleiding geeft. Constatering van een verschil in levensvisie tussen thuis en de scholen op redelijke afstand maakt een beroep op artikel 5 onder b wettig.

Er is bij het opstellen van de brief vanuit gegaan dat aan alle voorwaarden voor een beroep op vrijstelling kan worden voldaan. Deze voorwaarden staan in artikel 6 en 8 van de Leerplichtwet:

"De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen kunnen zich slechts beroepen op vrijstelling, indien zij aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, hebben kennis gegeven van:
a. de gegevens van de jongere betreffende:
1°. het persoonsgebonden nummer;
2°. de naam, de geboortedatum, het geslacht, het adres en de woonplaats, de postcode van de woonplaats; en
3°. of eerder een beroep op vrijstelling van de leerplicht is gedaan.
b. op welke grond zij een beroep op vrijstelling menen te mogen maken. (art. 6 lid 1)

Deze kennisgeving moet worden ingediend:

"a. ten minste een maand voordat de jongere leerplichtig wordt, indien zij betrekking heeft op de aanvang van de leerplicht, en

b. zolang nadien aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt, elk jaar opnieuw voor 1 juli." (art. 6 lid 2)

"Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder b kan slechts worden gedaan, indien de kennisgeving de verklaring bevat, dat tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning – of, bij het ontbreken van een vaste verblijfplaats, op alle binnen Nederland – gelegen scholen onderscheidenlijk instellingen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, overwegende bedenkingen bestaan." (art. 8 lid 1)

Wat een is, hangt af van de reisduur en van de leeftijd van het kind. Als bovengrens geldt ongeveer 20 kilometer enkele reis naar een middelbare school.

In het ontwerp van de Leerplichtwet 1969 legde de regering als "redelijke afstand" bij artikel 5.b als volgt uit:
– voor kinderen van 10 jaar oud of jonger 5 km;
– voor kinderen van 11 en 12 jaar oud 10 km;
– voor kinderen van 13 t/m 15 jaar oud 15 km.
In een antwoord op Kamervragen uit 1997 bleek dat de regering voor nog oudere leerplichtigen meestal 20 km als grens beschouwt.
Deze afstanden gelden voor de kortste begaanbare weg van huis naar de dichtstbijzijnde school van de gewenste richting, die het kind passend onderwijs kan geven en bereid is het kind als leerling aan te nemen.
Tegen de richtingen van scholen waarvoor dit alles niet geldt hoeven géén bezwaren te worden gemaakt.

De kennisgeving moet uiterlijk voor de eerste van de maand waarin het kind vijf wordt aan B&W van de gemeente worden gestuurd. Deze werkt dan voor het restant van het huidige schooljaar. Betreft het een kind dat al leerplichtig is, dan moet de verklaring uiterlijk op 30 juni door de gemeente zijn ontvangen. Deze werkt voor het volgende schooljaar. Bij inschrijving in een nieuwe woongemeente (bij verhuizing of terugkeer uit het buitenland) middenin het schooljaar kan natuurlijk nooit aan artikel 6 lid 2 worden voldaan en moet een kennisgeving tegelijk met of zo snel mogelijk na inschrijving in het bevolkingsregister worden verzonden.

Maar let op. In artikel 8 lid 2 staat dat een kind in het afgelopen jaar niet ingeschreven mag hebben gestaan op een school van een richting waartegen de ouders nu bedenkingen hebben:

"Deze verklaring is niet geldig, indien de jongere in het jaar, voorafgaande aan de dagtekening van de kennisgeving, geplaatst is geweest op een school onderscheidenlijk een instelling van de richting waartegen bedenkingen worden geuit."

"Geplaatst" betekent in de praktijk: ingeschreven.

Als men voor vrijstelling bezwaren moet maken tegen de richting van een school die het kind het voorgaande jaar heeft bezocht, en als deze school op ‘redelijke afstand’ ligt, dan wordt het verkrijgen van de vrijstelling moeilijk. Ondanks betogen dat deze bepaling geen rekening houdt met het recht om van levensovertuiging te veranderen in het Europese Verdrag op de Rechten van de Mens (EVRM) besloten de Hoge Raad en de gerechtshoven tot nu toe steeds deze bepaling te handhaven. Ook vrijstellingsberoepen voor schooljaren die volgen op een ongeldig verklaard vrijstellingsberoep worden niet erkend door de Hoge Raad. Een aantal ouders zetten stappen om deze inbreuk op mensenrechten te laten toetsen door internationale beoordelende instanties.

Men kan onder deze beperking uitkomen door een tijd lang in het buitenland te wonen, zo blijkt uit jurisprudentie. Of doordat men bij het eerste vrijstellingsberoep geen bezwaar hoeft te maken tegen de richting van de school die het kind bezocht heeft, bijvoorbeeld omdat die te ver weg ligt en er geen school van dezelfde richting dichterbij staat, omdat de school sluit, of omdat het gezin verhuist naar een regio zonder scholen van de verkozen richting.

Ook artikel 6 lid 2 wordt gebruikt om een eerste beroep op artikel 5 onder b middenin een schooljaar te hinderen. Maar deze bepaling hindert geen vrijstellingsberoep na een verhuizing.

Ouders hoeven alleen richtingbezwaren aan te geven tegen de richtingen van alle scholen op redelijke afstand waar het kind nog op kan worden geplaatst, dus die plaats hebben en het kind geschikt onderwijs kunnen en willen bieden. Dus als het kind de basisschool afmaakt of naar speciaal onderwijs wordt verwezen, dan wordt het aantal geschikte scholen waartegen richtingbezwaar hoeft te worden ingediend danig beperkt. Dat kan de weg naar vrijstelling wegens richtingbezwaar openen.

Een vrijstellingsberoep op artikel 5 onder b vereist vaak maatwerk. Ouders dienen hun geweten te onderzoeken om er bij zichzelf te vinden wat de levensovertuiging is die de grond geeft tot de bezwaren tegen scholen. Zij kunnen deze levensovertuiging maar beter in een korte notitie verwoorden. Zij moeten duidelijk maken dat er een kloof in levensovertuiging bestaat tussen henzelf en de scholen in de omgeving. De levensovertuiging kan ook niet-religieus van aard zijn, zie voetnoot [1].

Ook als het kind het jaar tevoren niet naar een school in Nederland is gegaan (voor het vijfde jaar, bij een verhuizing of bij aankomst uit het buitenland) is het te overwegen in de eerste kennisgeving de eigen levensovertuiging te vermelden. Ouders die hun overtuiging in een enkele term kunnen weergeven kunnen gebruik maken van de voorbeeldbrief met vermelding van de eigen levensovertuiging. Hoewel de Leerplichtwet een nadere toelichting van het richtingbezwaar niet vereist, vergroot dit wel de kans op een snelle acceptatie van het vrijstellingsberoep door de leerplichtambtenaar.

Voor ondersteuning bij dit maatwerk kan men contact zoeken met de NVvTO. Men kan zich ook op een e-mail correspondentielijst abonneren speciaal voor de juridische aspecten van thuisonderwijs. Stuur daarvoor een lege e-mail naar to-j-subscribe@yahoogroups.com

Deze twee vormen van steunverlening zijn niet-professioneel en vinden plaats op basis van gelijkwaardigheid (ouders met ervaring helpen andere ouders). Deze maakt het inwinnen van professioneel juridisch advies niet overbodig.

De vrijstelling werkt van rechtswege, met andere woorden: de kennisgeving vormt geen aanvraag of verzoek van de ouders maar is (het woord zegt het al) een kennisgeving van een aanspraak. De vrijstelling wordt dan ook niet gegeven of verleend door B&W. Voldoet men aan de voorwaarden, dan bestaat het recht op vrijstelling simpelweg en is de inschrijfplicht opgeheven. De Leerplichtwet schrijft ook niet voor dat de bedenkingen inhoudelijk worden toegelicht of getoetst, ondanks het richtingcriterium in de wettekst.

Het is daarom belangrijk om te kunnen bewijzen dat men op zekere datum (veelal uiterlijk op 30 juni) een kennisgeving met de vereiste inhoud heeft afgegeven. Dat kan het beste door de kennisgeving persoonlijk bij de balie van het gemeentehuis aan te bieden. Vraag daar deze van een datumstempel te voorzien en vraag dan om een fotokopie van het gestempelde origineel. Of print en onderteken twee exemplaren van de brief, bied die ter stempeling aan en neem er weer 1 van mee. Dit werkt veel effectiever dan een aangetekende brief, want daarmee is niet te bewijzen wat precies naar de gemeente is verzonden.

B&W heeft het toezicht op naleving van de leerplichtwet aan een of meer leerplichtambtenaren opgedragen. Soms schrijft deze terug dat de ouders een speciaal formulier voor de kennisgeving van richtingbedenkingen moet invullen. In het formulier wordt gevraagd om een lijst met scholen. In zo’n geval is het handig om van elke richting waarvan men tenminste één school in de buurt vindt deze school in te vullen. Scholen in de buurt en de richting (denominatie) daarvan zijn op te zoeken via de website van de Inspectie van het Onderwijs. Zie daarvoor: http://toezichtkaart.owinsp.nl/?searchtype=advanced. Een andere zoeksite is www.10000scholen.nl

Maar de Leerplichtwet stelt zelf niet de voorwaarde dat men zo’n lijst van scholen moet opstellen, dus het is niet verplicht.

Indien de leerplichtambtenaar niet vindt dat er door inzending van de kennisgeving direct recht op vrijstelling is ontstaan, dan zal de leerplichtambtenaar in de regel de ouders uitnodigen voor een "gesprek". Maar ouders zijn NIET verplicht daaraan gehoor te geven. Vaak is zulk een gesprek al een strafrechtelijk verhoor, dus aangeraden wordt om juridisch advies in te winnen als men overweegt daaraan deel te nemen. Aangezien het gesprek meestal gaat over de inhoud van de bedenkingen, en de meeste leerplichtambtenaren vinden dat kinderen onderwijs op school moeten krijgen, is het heel belangrijk dat de ouders zich in zo’n gesprek op de juiste manier uitdrukken. Als de leerplichtambtenaar maar enigszins vindt dat de ouders bedenkingen tegen andere aspecten van het onderwijs bezwaren hebben dan tegen de richting ervan, dan zal deze proces-verbaal opstellen en dat aan het Openbaar Ministerie toesturen voor strafrechtelijke vervolging van de ouders voor overtreding van artikel 2 lid 1 van de Leerplichtwet. Veel ouders laten het contact met de leerplichtambtenaar schriftelijk verlopen en winnen van tevoren juridisch advies over wat precies te antwoorden. Andere ouders gaan wel op gesprek en nemen daarbij een van tevoren opgestelde toelichting mee en verwijzen daar in het gesprek ook naar. Het voordeel daarvan is dat thuisonderwijs voor een leerplichtambtenaar wat meer een gezicht krijgt.
U mag naar zulke gesprekken altijd een vertrouwenspersoon meenemen.

Deze informatie is het resultaat van voortgeschreden inzicht. Als u deze informatie gebruikt, wilt u ons dan uw ervaringen mailen? Dan kan de NVvTO daar weer anderen mee steunen.

Voorbeeldbrief voor vrijstelling op basis van richtingbedenkingen

Voorbeeldbrief voor vrijstelling op basis van richtingbedenkingen zonder vermelding eigen richting.

*Aan de voorbeeldbrieven en deze toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. Deze kunnen geen gericht juridisch advies vervangen, want zij houden geen rekening met specifieke omstandigheden.*

Februari 2014

——-

[1] Levensovertuigingen die, voor zover bekend bij de NVvTO, tot vrijstelling van schoolinschrijving hebben geleid zijn onder meer:
(Fundamenteel) Baptisme, (spiritueel) Holisme, holistisch pacifisme en ecologisch bewustzijn, (holistisch) Humanisme, (messiaans) Jodendom, Charismatisch katholicisme, stromingen binnen de islam, Sedevacantisme, Paganisme, boeddhisme, Mystiek Christendom, Sabbatsvierend Christendom en Zevendedagsadventisme. Ook zogenaamde Oud-Gereformeerde thuislezers (die dus geen deel uitmaken van een Reformatorische kerk) hebben vrijstelling weten te bereiken

Eén reactie

Pagina 1 van 1

Reacties zijn niet meer mogelijk, maar trackbacks en pingbacks wel.