Antwoorden op veel voorkomende vragen
De NVvTO is voorstander van goed onderwijs op school en thuis. Uit onderzoek in binnenland (o.a. in opdracht van het ministerie van OCW) en buitenland blijkt dat thuisonderwijs effectief werkt. Thuisonderwijs mag niet verward worden met kinderen die thuiszitten door schooluitval en geen onderwijs krijgen.
Richtingbezwaar
Richtingbezwaren volgen uit levensovertuigingen van zowel religieuze als seculiere aard. De praktijk laat een pluriform palet zien: christelijk, joods, islamitisch, antroposofisch, holistisch, humanistisch enzovoort.
Een beroep op richtingbezwaar wordt gedaan wanneer er zich geen scholen op redelijke afstand van de woonplaats bevinden die de eigen levensovertuiging uitdragen. Hieraan ligt een sterke motivatie ten grondslag om vanuit de eigen identiteit de opvoeding en het onderwijs aan kinderen vorm te geven. Vanuit deze eigen identiteit groeien kinderen op in de emotionele veiligheid en geborgenheid die hen in staat stellen om met respect voor andere identiteiten aan de samenleving deel te nemen. De emotionele veiligheid en geborgenheid zijn noodzakelijke voorwaarden voor effectief onderwijs en zijn daarom van groot belang voor het kind zelf, zijn ouders en voor de samenleving als geheel.
In onze samenleving is vrijheid van levensovertuiging en van onderwijs van groot belang, daarom betreft dit grond- en mensenrechten.
Het is een groot misverstand om te denken dat jongeren onder richtingbezwaar niet met andersdenkenden in contact zouden (mogen) komen.
Bewuste keus
De NVvTO ziet dat ouders met hun kinderen tot thuisonderwijs komen door een bewuste keus te maken. Dat is geen lichtvaardig besluit. Deze ouders zijn gemotiveerd en gefaciliteerd om hun kind te onderwijzen. Hierdoor vindt zelfselectie plaats. Een aanzuigende werking van een regeling voor thuisonderwijs is daarom niet te verwachten. Het blijft een bijzondere vorm van onderwijs.
Sociale ontwikkeling en deelname aan de samenleving
Het woord ‘thuis’ in thuisonderwijs zet de niet-ingewijde in het onderwerp op het verkeerde been. Thuisonderwijs vindt niet plaats “achter de geraniums”. Ouders en hun kinderen leven niet geïsoleerd van de samenleving maar nemen daaraan rechtstreeks deel. Zij leven in contact met hun familie, hun buurt of wijk, gaan naar verenigingen en clubs of andere activiteiten waarbij kinderen deel uitmaken van groepen andere kinderen (waaronder leeftijdsgenoten) en volwassenen. Ook via media als TV, radio, kranten, tijdschriften en internet staan ouders en hun kinderen in contact met onze pluriforme samenleving. De NVvTO stimuleert onderling contact en uitwisseling. Dit gebeurt in digitale alsook fysieke ontmoetingen, zoals excursies, workshops en bijeenkomsten.
School is niet het enige middel voor deelname aan de samenleving. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen die thuisonderwijs krijgen niet negatief afwijkt van kinderen die naar school gaan. Zij ontwikkelen zich even goed en misschien zelfs beter dan schoolkinderen en blijken goed aan de samenleving deel te nemen.
Diversiteit aan onderwijs
Het thuisonderwijs vindt op diverse wijzen plaats. Daarin is een aantal pedagogische stromingen te onderscheiden. Deze lopen uiteen van het volgen van een schoolmethode tot ervaringsgericht leren. Ouders geven hier zorgvuldig en gewetensvol invulling aan.
Kan een ouder onderwijs geven?
De relatie tussen ouder en kind bestaat al van nature. Het onderwijs sluit daarom aan op de opvoeding van het kind. Door het één op één contact kan er voortdurend maatwerk gegeven worden, al naar gelang de onderwijsbehoeften. Het gezin heeft voor verdieping belangrijke bronnen beschikbaar via internet, afstandsonderwijs, schoolmethodes en onderlinge uitwisseling.
Maatwerk in onderwijs
Waar het om gaat is dat in de onderwijsbehoefte van kinderen wordt voorzien. Hiervoor is maatwerk nodig. Bij thuisonderwijs is het eenvoudiger om dit maatwerk te leveren omdat het onderwijs maar op de behoeften van kinderen van één gezin hoeft te worden afgestemd. Daarentegen hebben scholen de belangen van veel meer kinderen tegen elkaar af te wegen.
Verder lezen:
L. Witmond: Thuisonderwijs in Nederland en Vlaanderen. Uitgeverij HBboek (2009). ISBN 90-807638-3-7. Te bestellen via www.hbboek.nl
J. Sperling: Het geven van thuisonderwijs is vrij, thuisonderwijs en artikel 23 lid 2 van de Grondwet. Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid (NTOR) 2007-1.
http://www.thuisonderwijs.net/artikelen/sperling-thuisonderwijs-is-vrij-ntor2007-1.pdf
J. Sperling: Moet jij niet naar school? Een onderzoek naar de juridische aspecten van thuisonderwijs vanuit Nederlands en rechtsvergelijkend perspectief. Proefschrift aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, verdedigd op 14-10-2010.
http://repub.eur.nl/resource/pub_20980/index.html
H. Blok:De effectiviteit van Thuisonderwijs. NTOR 2002-1.
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/pdf_documenten/effectiviteit.pdf
H. Blok: Is school echt zo belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling?Jeugd in School en Wereld (JSW) jaargang 89-1 (2004).
http://www.thuisonderwijs.net/artikelen/blok-is-school-echt-zo-belangrijk-voor-de-sociaal-emotionele-ontwikkeling.pdf
De website van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO):
www.thuisonderwijs.nl
Deze tekst is als bijlage verstuurd bij de brief aan de Vaste Commissie OCW, 23 maart 2011.

Reactiemogelijkheid is uitgeschakeld, maar trackbacks en pingbacks zijn open.