Actualiteit


Thuisonderwijs wettelijk geregeld als onderwijsvorm: een goed idee
Reactie naar aanleiding van Kamerbrief dd 18 december 2025

Thuisonderwijs werkt: thuisonderwijskinderen ontwikkelen zich goed, zijn sociaal-emotioneel ontwikkeld en komen goed terecht in de maatschappij. Zij stromen, net als schoolgaande jongeren, uit naar allerlei vervolgopleidingen en banen. De Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) is daarom blij te zien dat de staatssecretaris in zijn brief de optie noemt thuisonderwijs in de wet op te nemen.

Sinds de oprichting in 2000 ondersteunt de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) thuisonderwijsouders en voert gesprekken met politieke en overige belanghebbende partijen over thuisonderwijs. Daarnaast bevordert zij de kwaliteit van thuisonderwijs. Dit door het aanbieden van onder andere workshops, kennis en kunde, intervisie en het gezamenlijk inkopen van leermiddelen. Met meer dan 1200 leden staat de NVvTO voor een groot deel van de thuisonderwijzers in Nederland.

Onder de leden ziet zij een groot verantwoordelijkheidsgevoel, er wordt gehandeld in het belang van het thuisonderwezen kind en ouders staan voor goed onderwijs. Dat beeld wordt bevestigd door onderzoek uit binnen- en buitenland. In 2008 en 2010 is er in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek verricht naar leerlingen met een vrijstelling op grond van artikel 5 onder b Leerplichtwet (vrijstelling wegens richtingbezwaar) in Nederland, daaruit bleek dat deze leerlingen goed onderwijs ontvangen, goed terechtkomen in de samenleving en zich sociaal en emotioneel goed ontwikkelen. Ook in het buitenland blijkt thuisonderwijs goed te werken. Er is geen reden tot zorg omtrent het onderwijs dat deze leerlingen ontvangen.

Thuisonderwijs in de wet opnemen biedt daarnaast mogelijkheden en oplossingen voor een deel van de jongeren die nu uitvallen binnen het huidige onderwijssysteem. Een deel van de jongeren gedijt beter in de thuissituatie dan in een schoolse omgeving. Ook deze jongeren komen na hun thuisonderwijs goed terecht, met een stevige basis waarin volop aandacht kon worden besteed aan hun individuele uitdagingen.
Ook leerlingen die niet uitvallen maar waarvan de ouders toch denken dat thuisonderwijs het welzijn van hun kind zou bevorderen, hebben zo de mogelijkheid deze unieke, goed werkende onderwijsvorm in te zetten voor hun kind.

Blok en Sperling schrijven hierover, in de Nederlandse context:
Thuisonderwijs biedt namelijk ruimte aan individugerichte aanpakken die binnen schoolonderwijs ipse facto niet realiseerbaar zijn. Ouders hebben, meer dan school, mogelijkheden hun pedagogische en didactische aanpak af te stemmen op de mogelijkheden en interesses van hun kind. Instructies bijvoorbeeld kunnen één-op-één worden gegeven. Benjamin Bloom beschreef ooit de opdracht van de onderwijskunde als de speurtocht naar methoden voor groepsinstructie die even effectief zijn als één-op-één onderwijs (Bloom, 1984).

De NVvTO ziet dat thuisonderwijs als wettelijke onderwijsvorm een zeer goede optie is en is blij te zien dat de staatssecretaris deze optie noemt als te onderzoeken mogelijkheid. De NVvTO ziet uit naar een constructieve samenwerking, waarin zij haar expertise in deze bijzondere vorm van onderwijs graag inzet.

 

 

  1. Blok, Henk En Karsten, S. (2008) Vervangend onderwijs aan kinderen van ouders met een richtingbezwaar. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut.
    Blok, Henk, Triesscheijn, B en Karsten, S. (2010) Vervangend onderwijs aan kinderen van ouders met een richtingbezwaar; aanvullend onderzoek. Amsterdam: Kohnstamm Instituut.
  2.  Ray, Brian D. (2017) A systematic review of the  empirical research on selected aspects of homeschooling as a school choice. JOURNAL OF SCHOOL CHOICE Vol 11, NO. 4, 604–621. https://doi.org/10.1080/15582159.2017.1395638
    Kunzman, Robert en Milton Gaither. (2020) Homeschooling: An Updated Comprehensive Survey of the Research. Other Education: The Journal of Educational Alternatives Vol 9, Issue 1, 253-336. https://www.researchgate.net/publication/374195331
  3.  Blok, Henk en Joke Sperling (2012) Thuisonderwijs in Nederland en Vlaanderen: een review. Pedagogiek 32, nr 3 (2012), p234-250.Bloom’s opmerking komt uit de volgende publicatie: Bloom, Benjamin. (1984) The 2 sigma problem: The search for methods of group instruction as effective as one-to-one tutoring. Educational Researcher, 13, 4-16. https://doi.org/10.2307/1175554


Thuisonderwijs verdient erkenning
Reactie NVvTO op besluit OM

Als Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) hebben we kennisgenomen van en begrip voor het besluit van het Openbaar Ministerie (OM) om ouders die een beroep doen op vrijstelling op basis van richtingsbezwaren (artikel 5 onder b Leerplichtwet) niet langer te vervolgen. Daaropvolgend zien we de afgelopen dagen in de media veel onduidelijkheden en misinterpretatie van feiten. Graag scheppen we duidelijkheid in deze situatie.

Visie NVvTO
Er zijn momenteel zo'n 2100 kinderen met een vrijstelling op basis van artikel 5 onder b Leerplichtwet. De NVvTO vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van deze groep. Als vereniging staan wij voor kwalitatief thuisonderwijs en bevorderen we dit onder meer door middel van workshops, intervisie en ontmoetingen. Daarnaast staan we al jaren voor erkenning van thuisonderwijs in de wet, zodat hier passend toezicht op de kwaliteit van het thuisonderwijs kan worden gehouden; dat is iets waar we ook al jaren actief voor lobbyen bij het ministerie en de Tweede Kamer.


Thuisonderwijs is een verrijking van het onderwijslandschap en biedt ook mogelijkheden voor een deel van de kinderen die om diverse redenen op school geen plaats kunnen vinden. Daarom zien wij graag in Nederland, net als in landen zoals bijvoorbeeld België, Denemarken, Engeland, Finland, Ierland, Nieuw-Zeeland, Australië en grote delen van de Verenigde Staten, dat thuisonderwijs een erkende onderwijsvorm wordt en het mogelijk wordt om daarvoor kiezen. De NVvTO roept de regering en de Tweede Kamer op om hier werk van te maken.

Besluit van OM
Het gaat, in het besluit van het OM, om ouders die een rechtmatig beroep doen op vrijstelling van de leerplicht wegens richtingsbezwaren. Ook wij als vereniging zien al jaren de rechtsonzekerheid. Leerplichtambtenaren van een aantal gemeenten maken proces verbaal op waardoor het bij het OM komt. Het OM vindt dat het vervolgen van deze ouders willekeur in de hand werkt; het beleid en de uitvoering daarvan brengt rechtsongelijkheid en onzekerheid met zich mee en is onnodig belastend voor ouders en kinderen.

Onduidelijkheden
Veel onduidelijkheid en misinterpretatie van feiten in oa media zien wij ontstaan door het verwarren van een aantal begrippen. Zo wordt beweerd dat het gaat om een ‘aanvraag van vrijstelling’. Dit impliceert dat ouders een aanvraag doen, die -zo wordt beweerd- getoetst en verleend moet worden. Zo zit echter de wet niet in elkaar. De vrijstelling ontstaat, wanneer voldaan is aan de wettelijke vereisten, van rechtswege. Een ouder doet geen aanvraag, maar beroept zich op de wet (zoals verderop ook te lezen valt in ‘Wettelijk kader’).

Daarnaast wordt gesteld dat het gaat over ‘kinderen die thuis worden gehouden zonder toestemming’. Wanneer een ouder zich rechtmatig beroept, is er géén ongeoorloofd verzuim van de Leerplichtwet. Wanneer er gesproken wordt over kinderen die thuis zitten zonder toestemming, gaat het per definitie dus niet over ouders met een rechtmatige vrijstelling. Het OM geeft aan hier duidelijk een scheiding in te zien en stelt dat het beleid om niet meer te vervolgen uitsluitend gaat over zaken waarin sprake is van vrijstelling.

Bovenstaande zijn slechts enkele voorbeelden. Tal van onduidelijkheden zien wij op dit moment voor feiten en waarheid aangenomen worden. Belangrijk is de vraag: hoe zit het dan wél?

Advies van het WBOM
Het standpunt van het OM is gebaseerd op een advies van het Wetenschappelijk Bureau OM. Het is niet de eerste keer dat het WBOM met een dergelijk advies komt. Dat deed het WBOM twee keer eerder, waarvan de eerste keer reeds in 2012. Deze adviezen hebben de wetgever wel bereikt, maar het is nooit tot een aanpassing van de wet gekomen. De NVvTO heeft alle begrip voor de opstelling van het OM.

Wettelijk kader
Er is een duidelijk wettelijk kader voor het beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder b Leerplichtwet, op basis van overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs. Hierin verklaart de ouder, middels een kennisgeving gericht aan het college van burgemeester en wethouders, richtingsbezwaren te hebben. Als de kennisgeving voldoet aan de vereisten in artikel 6 en 8 van de Leerplichtwet, komt de vrijstelling van rechtswege tot stand.

Verantwoordelijkheid
Ouders hebben volgens het Burgerlijk Wetboek ‘de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid’ (artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek). Ouders die een beroep doen op vrijstelling, nemen bewust verantwoordelijkheid voor de gehele ontwikkeling van hun kind. Ook wanneer het om onderwijs gaat. Dit leggen zij met het doen van de kennisgeving dan ook vast in een formele verklaring. Ouders met een vrijstelling van de leerplicht geven hun kinderen veelal zorgvuldig thuisonderwijs op maat, met oog voor een rijk, sociaal leerklimaat.