Flexischool


Artikel 41 van de Wet op het Primair Onderwijs geeft basisscholen de bevoegdheid om het onderwijs voor elk kind verschillend in te richten, en om leerlingen vrij te stellen van onderdelen van het standaardonderwijs en daarvoor in de plaats vervangend onderwijs voor het kind vast te stellen. Hierbij kan het kind zelfs onderwijs thuis krijgen, dat het klassikale onderwijs (deels) vervangt. Voor zo’n individueel aangepaste regeling moet de school een programma van vervangend onderwijs vaststellen, en dat kan alleen na een verzoek van de ouders. Ouders en school moeten hiervoor met elkaar in overleg treden, en daarbij is een zeker vertrouwen in elkaar nodig.

Zolang het kind het onderwijsprogramma blijft volgen dat de school voor hem of haar heeft samengesteld, treedt er geen schoolverzuim op, ook niet als het kind deels buiten de school leert. De school en de ouders kunnen hiertoe dan ook overgaan zonder toestemming of medeweten van de leerplichtambtenaar. Aan de eis dat het onderwijs gegeven moet worden door iemand met een lesbevoegdheid, kan worden voldaan doordat ouders mogen assisteren in het geven van het onderwijs, zolang zij de aanwijzingen van lesbevoegden maar opvolgen.

Artikel 41 WPO is in beginsel niet bedoeld om het onderwijs geheel en al thuis te laten plaatsvinden. De school moet voor het onderwijs een zekere inspanning kunnen aantonen, alleen al omdat de school voor de wet verantwoordelijk blijft en omdat de rijksoverheid het onderwijs bekostigt.

Het is aan te raden bij een dergelijke regeling goed advies in te winnen en de te maken afspraken (en de wetten waarop deze zijn gebaseerd) schriftelijk op een rij te hebben. Dit kan namelijk ook helpen om instanties als de leerplichtambtenaar en de Inspectie van het Onderwijs duidelijk te maken dat er geen schoolverzuim speelt en dat de school goede gronden heeft om deze stap te zetten in het belang van het kind.